Nieuws
het laatste nieuws
Een generatie interview met Gerjan, Jesse en Jasmijn Smelt
In deze editie van het generatie interview spreken we met een vader, dochter en zoon die allemaal actief zijn binnen de club. Vader Gerjan staat regelmatig op het veld als scheidsrechter, terwijl dochter Jasmijn en zoon Jesse niet alleen spelend lid zijn, maar zich ook inzetten als onder andere jeugdtrainer. Een gesprek over betrokkenheid, clubgevoel en hoe het is om samen onderdeel te zijn van dezelfde vereniging.
Gerjan: Ik ben pas op m’n twaalfde begonnen met voetballen, bij DETO. Eerder mocht ik dat niet. We woonden in een DOS’37 buurt. Mijn vader kwam van het Oosteinde en gaf aan: als je 12 bent mag je voetballen. Ik begon in C4 en heb me opgewerkt naar C1, met als trainer Bertus Kobes. Uiteindelijk ben ik in de jeugdselecties gaan voetballen tot en met A1. Ook heb ik jeugdteams getraind, o.a. het team van Jessica Torny en Peter Reekers. Toen ik 28 was liep ik een ernstige scheenbeenbreuk op. Dat heeft er, in combinatie met een jong gezin en lid worden van de gemeenteraad, toe geleid dat ik ben gestopt met actief voetballen. Toen Jesse 5 werd en samen met mij ging kijken bij de open dag van DETO, gaf hij aan dat hij bij dezelfde club wilde voetballen als z’n opa Jan. Ik werd toen leider van zijn team. Toen Jasmijn startte bij de voetbal ben ik begonnen als scheidsrechter. Het is mooi om op verschillende manieren bij te kunnen dragen aan de club: als speler, leider, ouder en nu als scheidsrechter. Ik vind het belangrijk dat een spel goed begeleid wordt. Daarnaast ben ik lid van de BCD.
Jesse: Na de zwemles mocht ik beginnen. Ik heb de hele jeugd doorlopen en ik voetbal nu in DETO 3. Mijn hele vriendengroep ken ik van de voetbal. Inmiddels ben ik zes jaar jeugdtrainer. Dit seizoen train ik de JO-12. Ook vind ik het leuk om te helpen bij activiteiten zoals het mini WK.
De laatste jaren zijn steeds meer jonge trainers bij gekomen. Dat is een heel goede ontwikkeling, dat er jonge jongens voor de groep staan in plaats van ouders. Ik vind dat DETO daar de afgelopen jaren heel goede zaken in heeft gedaan.
Jasmijn: Ik heb altijd geturnd: springen, turnen, acro. Tijdens het EK vrouwenvoetbal in 2017 stonden we op de camping en iedereen keek het toernooi. Ik vond dat zo leuk! Ik ben toen met turnen en springen gestopt en op voetbal gegaan. In de seizoenen daarna kwamen er steeds meer meiden van turnen over naar DETO. Ik startte in de MO-13 en met heel veel meiden ben ik doorgegroeid naar dit jaar vrouwen 1. Ik heb ook een hele vriendinnengroep bij DETO. Dit seizoen train in de MO-15, waarmee we onlangs kampioen zijn geworden. Ook werk ik al een jaar of vier op zaterdag in de kantine.
Gerjan, wat vind jij leuk aan het scheidsrechter zijn?
In de basis vind ik voetbal een fantastische sport. Door mijn ernstige blessure moest ik daar helaas mee stoppen. Toen ik het fluiten oppakte, kon ik weer sportief bezig zijn in het voetbal. Daarnaast kan ik mijn leiderschapskwaliteiten op een sportieve manier tot uiting brengen. Soms ben ik streng en ook langs de lijn gebeurt van alles. Soms vindt men daar wat van. Je moet echt wel sterk in je schoenen staan om daar mee om te kunnen gaan. Ik laat me niet beïnvloeden door wat mensen roepen. Die duidelijkheid hebben spelers nodig. Dat motiveert mij. Mijn grootste motivatie is echter: wat kan ik fysiek nog doen, en dit kan ik nog goed doen. Ik hou mijn conditie er mee op peil.
Wanneer kun je scheidsrechter zijn? Je moet leiderschap kunnen tonen, beslissingen durven nemen, niet beïnvloedbaar zijn en de spelregels goed kennen.
Jasmijn en Jesse, was het voor jullie een vanzelfsprekendheid dat je naast het voetballen ook iets ging doen voor de club?
Jesse: Je hebt zelf altijd trainingen gehad, dus als je zelf wordt gevraagd dan ga je dat doen en dan groei je daarin. Het is niet meer dan logisch: anders heeft de jeugd geen training.
Wat levert het jou op?
Jesse: Ik haal er zoveel plezier uit. Vooral de zaterdagochtend, dat is zo leuk. Je ziet de jongens zich ontwikkelen. Ik ben er iedere zaterdag al op tijd. Na de wedstrijd ga ik soms nog een ander potje kijken en daarna moet ik zelf spelen. Ik ben dan de hele dag op de club.
Jasmijn: We doen het niet alleen omdat we het papa hebben zien doen, we vinden het zelf ook echt heel leuk. Ik wil ook graag iets terug doen voor de club. Ik haal er echt plezier uit. Zaterdag is voor mij voetbaldag.
Gerjan: Ik vind dat mooi, het is wel op basis van dezelfde motivatie dat ze hiervoor kiezen. Zo ben ik ook ooit begonnen.

Hoe is het voor jou, om je kinderen zo actief te zien?
Ik zie dat Jesse exact hetzelfde doet als ik heb gedaan, hij doorloopt dezelfde route binnen de club. Ik zie paralellen in zijn ontwikkeling en inzet. Hij speelt zelfs in dezelfde posities als ik heb gespeeld. Het is een beetje een spiegel voor mij. Bij Jasmijn zie ik dat ook wel, ze is net als ik gestart toen ze 12 was. Ze zijn allebei heel gedreven.
Wie van jullie is het meest fanatiek?
Jasmijn roept hard: Jesse! Gerjan: we zijn allemaal wel fanatiek. Ik kan er zelf slecht tegen als mensen er met de pet naar gooien.
Als je je vader ziet fluiten, wat denk je dan?
Jasmijn: Mijn vader fluit vaak mijn team. Hij is heel precies, dus als de bal een meter te ver wordt neergelegd, moet dat anders. Hij wil het goed doen en kritiek is dan soms lastig.
Jesse: Het is soms lastig als teamgenoten commentaar hebben als mijn vader fluit. Ik bemoei me er dan gewoon niet mee.
Gerjan: Bij het fluiten is er weinig ruimte voor intolerantie. Ik kan daar op mijn werk niet tegen, maar op de voetbal ook niet.

Gaat het thuis vaak over voetbal?
Jasmijn: Ja, er wordt wel veel over voetbal gepraat. We kijken naar voetbalprogramma’s en volgen in het weekend de wedstrijden in de eredivisie.
Gerjan: Onze andere kinderen zitten op korfbal, met Jesse en Jasmijn kan ik heerlijk over voetbal praten. We zijn allemaal fan van FC Twente. Ik heb kaarten via het bedrijf en neem regelmatig één van de kinderen mee.
“Het is hier in de basis heel goed geregeld en daar ben ik wel trots op.”
Wat maakt actief zijn bij dezelfde club voor jullie bijzonder?
Jasmijn: Als ik achter de bar sta en Jesse heeft net een wedstrijd met zijn jeugdteam gehad kan ik meteen vragen hoe het ging. Of na m’n eigen wedstrijd, in de kantine even bijpraten.
Gerjan: Wanneer ik na de BCD nog naar de kantine ga, loop ik altijd even naar de kinderen en doe er nog wel eens een kannetje in.
Jesse: De betrokkenheid onderling. Ik vind het leuk als m’n vader dat laat zien. Ook richting mijn teamgenoten.
Gerjan: Jesse en Jasmijn hebben leuke teams waar ze mooie vriendschappen mee hebben opgebouwd.
Kun je omschrijven wat DETO betekent voor jullie?
Jasmijn: Het is vooral heel gezellig, je kent iedereen, maakt een praatje. DETO is gezellig en vertrouwd.
Jesse: Vriendschap. Ik ben hier sinds de F met dezelfde jongens. Dat is nu mijn vriendengroep. Je bent hier als klein jochie gestart omdat je het spelletje leuk vindt en uiteindelijk bouw je daar vrienden voor het leven mee op. Dat is heel kostbaar en daar hecht ik veel waarde aan.
En bij DETO leer je ook steeds weer nieuwe mensen kennen. Dat is toch wat sport met je doet: de verbinding met elkaar omdat je iets doet wat je leuk vindt.
Gerjan: Familie en sport lopen als rode draad door mijn leven. Ook heb ik een groot netwerk opgebouwd via DETO en de BCD. DETO heeft sponsoren met een groot hart voor de club. Vanuit mijn bedrijf draag ik daar ook graag aan bij.
Voor mensen die hier voor het eerst komen met hun kind, wat zou je die mensen willen meegeven?
Gerjan: DETO heeft een bepaalde uitstraling, heeft bepaalde kwaliteiten, waar je bij wil horen als je in het dorp kiest voor een voetbalclub. De ontwikkeling bij DETO is gewoon goed. De kaderstelling, de trainers, het is hier in de basis heel goed geregeld en daar ben ik wel trots op. Ook nu weer: de ontwikkeling met een Ontmoetingspark. De club blijft onderzoeken hoe verbinding gemaakt kan worden en heeft ambities, sportief en maatschappelijk.
Ik kom hier gewoon graag, want ik kom hier de mensen tegen die ik goed ken en ik leer ook weer nieuwe mensen kennen. Mensen die hier voor het eerst komen, moeten natuurlijk zelf ook een stap zetten, maar de randvoorwaarden om het hier bij DETO goed te hebben, zijn absoluut aanwezig.
Jesse: Ik wil meegeven aan die ouders: laat je kind los als het op het voetbalveld staat, laat dat aan de trainer over. Als je iets hebt aan te merken: kijk dan wat je zelf kunt doen.
Tot slot
Gerjan: Mijn vader wilde vroeger voetballen, maar mocht niet. Hij ging toen stiekem kijken bij de Weitemanslanden. Als ik nu kijk in ons gezin: sport is een vanzelfsprekendheid, dat hoort bij de opvoeding. Sport is sociaal belangrijk, is motorisch belangrijk. DETO geeft daar op allerlei manieren een bijdrage aan, als een verlengstuk van thuis. Ik ben heel dankbaar dat ik wel mocht voetballen.
Jesse: Stel dat ik later een zoon heb, dan wil ik wel graag weer met hem naar de voetbal. Het sociale aspect is inderdaad heel belangrijk voor je ontwikkeling.
Jasmijn: klopt, dat zie ik ook in mijn team. Het sociale deel van de voetbal is heel belangrijk voor mij.
Gezelligheid, hechte vriendschappen en een warm clubhart. Het is duidelijk: DETO is voor Jasmijn, Jesse en Gerjan veel meer dan alleen een sportvereniging. Het is een plek waar herinneringen worden gemaakt en banden voor het leven ontstaan. Dank jullie wel voor dit leuke gesprek!