Nieuws

 

Een generatie interview over voetbal en clubliefde.

Waar zouden we zijn als voetbalclub zonder talentvolle spelers en onvermoeibare vrijwilligers? Het generatie interview van deze week is ook met een familie die zich met hart en ziel inzet voor DETO. Een mooi gesprek met Gerrit, Jacco, Gerrald, Sepp en Tijn Eshuis. Opa, zijn twee zoons en twee kleinzoons delen niet alleen een achternaam, maar ook een grote liefde voor de club.

Gerrit, kun je vertellen over jouw begin bij DETO?

Ik mocht vroeger niet voetballen, ik ben begonnen toen ik een jaar of 25 was, in DETO6. Toen ik gestopt ben met voetballen, ben ik gestart als vlagger. Toen Gerrald in het eerste speelde, ben ik daarbij betrokken geraakt. Daar heb ik jaren gevlagd. Op mijn 57e ging ik met vervroegd pensioen en ben ik steeds meer gaan doen. Ik ben hier nu zes ochtenden in de week. Er zijn weleens mensen die zeggen: je bent gek dat je dat allemaal doet. Maar ja, wat moet ik de hele dag in huis doen? Ik heb vele jaren bij het eerste geholpen en een stel trainers versleten, o.a. Wennemers, Riemens, Bossink, Nijhuis, Veldhuis. Ik stop na dit seizoen met de verlichting en het drinken voor de uitwedstrijden verzorgen.

Gerrald, wanneer begon jij?

Toen ik 9 was, in de E-jeugd. Jacco begon toen in de D-jeugd. We zaten eerst bij de padvinders. Ik heb tot en met het eerste gevoetbald. Daar heb ik tien jaar in gespeeld en was ondertussen ook jeugdtrainer. Ik heb daarna nog best lang in het tweede elftal gespeeld. Toen ik 38 was, bedacht ik me: het wordt toch tijd om een keer te stoppen. Op mijn 42ste heb ik zelfs nog een keer in het tweede gespeeld, Jos van der Veen was toen de trainer. Daarna heb ik lang in het zesde gespeeld en op mijn 45ste nog met DETO 2 getraind. Vanaf de mini’s ben ik trainer geweest van Daan en daarna van Sepp. Tot de JO13-1 heb ik Sepp getraind. Op dit moment ben ik trainer van het tweede.

Sepp: Ik begon bij de mini’s, daarna via de F-league opgeklommen. Met de F1 ben ik nog kampioen geworden en nu speel ik in de JO19-1. Geen padvinderij voor mij dus.

Jacco: De padvinderij was geen goede basis voor het voetbal, maar wel voor vuurtjes stoken. Gerrald en ik begonnen inderdaad tegelijk bij DETO. Ik heb bij de senioren lang in het derde gespeeld en ook wel in het tweede. Ik heb één keer meegespeeld met het eerste: een bekerwedstrijd tegen Stevo. Dat was onvergetelijk: ik stond alleen voor de goal maar ik kreeg de bal niet aangespeeld.

In 1998 hebben we een auto-ongeluk gehad en daarna heb ik niet meer gevoetbald.

Op mijn 16e ben ik gestart als jeugdtrainer en -leider, vooral de E en F jeugd. Ik ben lid geweest van het jeugdbestuur, hoofdbestuur vanuit de TC, de activiteitencommissie en ik heb lang gevlagd bij het derde, tweede en eerste elftal. Toen Tijn ging voetballen ben ik vanaf de mini’s tot en met JO10 trainer van hem geweest, daarna werd ik leider. Dit seizoen is voor mij rustig: voor het eerst een seizoen zonder een actieve functie. Maar goed, ik word inmiddels alweer benaderd voor taken.

Gerrit vult met enige trots aan: Gerrald had na het auto-ongeluk een gebroken nek, een gescheurde milt, klaplong en overige inwendige verwondingen. Hij heeft zich na een jaar teruggevochten in het eerste elftal van DETO

Tijn: Ik ben begonnen bij de mini’s en daarna de F-League. Na JO13-1 de stap gemaakt naar de JO17-1 en train mee met JO-23-1. En ik ben actief voor de Noabers.

Hoe bijzonder vind jij het Jacco, om met drie generaties in de club actief te zijn?

Eigenlijk heb ik daar nooit zo over nagedacht, totdat jij nu die vraag stelt. Het zijn er inderdaad wel veel. Dus ik wil eigenlijk de clubnaam aanpassen: Door Eshuis Tot Overwinning. Maar eigenlijk groeit het actief zijn vanzelf. Dit jaar doe ik even niks, maar ga ik toch vaak kijken. Het is gewoon mooi om Tijn te zien voetballen, ook in de zaal. Het is bijzonder dat er zoveel van ons gezin hier actief zijn, mijn zus staat bijvoorbeeld in de kantine achter de bar.

Gerrit: vijf kleinkinderen van ons voetballen hier. Ik vind dat hartstikke mooi.

Gerrald: ik wilde eigenlijk eerst naar DOS, maar pa zei: jullie gaan wel allebei naar dezelfde club. Gerrit: wij hadden vroeger een boerderij aan het Oosteinde. Als we het hooi wilden opdraaien -dat ging nog met de hooivork- maar ook wilden kijken bij de voetbal, wilden we dat vlug doen. Mijn vader gaf dan aan dat we het wel goed moesten doen. Maar ja, wij wilden naar de voetbal.

Waar ben je dan het meest trots op?

Gerrit: Dat ze hier allemaal voetballen, dat vind ik hartstikke mooi.

Jacco: Pa staat vaak tussen de velden in, om zoveel mogelijk mee te krijgen. We zijn heel nuchter, dus we denken er niet eens bij na dat het wel bijzonder is om dit samen mee te maken.

Wat hebben jullie meegekregen van jullie vader als het gaat om clubliefde en je inzetten voor DETO?

Gerrald: Dat je er moet zijn voor je team. Dat als je training hebt, moet je trainen. Bij de huidige jonge generatie mis ik dat wel eens. Dan wordt een training afgezegd omdat een speler een verjaardag heeft. Wij gingen vroeger pas na de training naar een verjaardag. Families die geen sportverleden hebben, snappen niet dat je dan je team eigenlijk in de steek laat.

Sepp en Tijn, krijgen jullie dat mee? Beiden: ja.

Jacco: onze jongens spelen natuurlijk op niveau, dus ze willen zelf ook graag spelen.

Zouden jullie je later op dezelfde manier willen inzetten voor de club, als jullie opa en vaders?

Tijn: wat opa doet is wel heel veel (luid gelach) maar ik wil zeker wel iets doen. Ik wil wel iets betekenen voor mijn club.

Sepp: als ik de tijd heb, dan wil ik dat wel invullen met iets voor DETO. Nu voetbal ik daar zelf nog te veel voor, ik train drie keer en daarnaast nog een wedstrijd op zaterdag.

Wie is de grootste clubman hier aan tafel?Tijn: opa, want die doet alles. Hij is hier zes dagen in de week. Hij heeft overal een sleutel voor.

Sepp: ja, dat herken ik wel.

Veel vrijwilligerswerk is onzichtbaar. Wat zou volgens jullie meer waardering mogen krijgen?

Jacco: dat ik moeilijk te omschrijven, want het omvat eigenlijk alles wat hier gebeurt. Vrijwilligers bij een team, onderhoud van het terrein, enzovoort.

Gerrald: iemand ergens verantwoordelijk voor maken, dat helpt. Kijk nu naar de organisatie van het intern toernooi. Daar zijn mannen als Ricardo, Frank en Gerlach heel druk mee, omdat ze er een fantastisch feest van willen maken. Dat geeft ook energie. Maar kijk bijvoorbeeld ook naar de ontvangst van scheidsrechters rond de wedstrijden van het tweede door Erwin Hulsegge. Er zijn veel mensen die iets willen doen, maar je moet ze wel rechtstreeks benaderen hiervoor. Doe je een oproep via de website, dan meldt zich niemand.

“Je wil van betekenis zijn voor de club.“

Als je kijkt naar de toekomst van DETO: wat zou je dan wensen voor de club?

Gerrald: dat Sepp en Tijn DETO1 gaan halen. Jacco: daar sluit ik me bij aan. Het mooiste zou zijn als ze samen in het eerste kunnen spelen. Gerrald: en dat we dan samen op de tribune kijken.
Sepp: ja en als dat niet haalbaar blijkt, wil ik graag op een andere manier voor DETO van betekenis zijn.

Jacco: voor de club wens ik de aanpak van de accommodatiein de toekomst en voor de eerste selectie hoop ik op voetbal op een mooi niveau met natuurlijk zoveel mogelijk Eshuisen er in. Zelf wil ik me ook graag blijven inzetten voor de club, dit jaar ben ik aan het nadenken wat ik zou willen doen.

Het gaat niet alleen om het voetbal, als ik goed naar jullie luister.

Sepp: dat klopt. Je wil van betekenis zijn voor de club.

Jacco: er zijn natuurlijk mooie vriendenclubs ontstaan.

Dat is de vervolgvraag: wat betekent DETO voor jullie?

Tijn: mijn vrienden voetballen hier, dat is echt leuk.

Sepp: 90% van mijn vrienden ken ik wel via de voetbal.

Gerrald: DETO heeft mij ook veel vriendschappen gebracht.

Jacco: de saamhorigheid en vriendschappen inderdaad. Sinds ik zelf niet meer voetbal kijk ik met een vast groepje bij het eerste. We noemen onszelf de DETO Muppets. We staan achter de goal en weten het natuurlijk allemaal beter dan de trainer.

Gerrit, wat heeft DETO jou gebracht?

Wij moesten zelf vroeg voetballen en met een aantal jongens bleef ik dan nog wel kijken bij het eerste, maar dat is heel anders dan hoe het nu gaat. Een vriendengroep zoals de jongens hebben, dat had ik niet via de voetbal.

“Men zegt wel: bij DETO is het prettig komen”

Wat maakt voor jullie DETO anders dan andere clubs die je kent?

Gerrit: ik let altijd op het grasonderhoud. Bij de Be Quick stonden de brandnetels wel erg hoog langs de tribune.

Jacco: wat mij opvalt: DETO verenigd jong en oud. Een ontmoetingsplek voor iedereen met een rood hart wat zorgt voor een echt familiegevoel. Hoe noordelijker je gaat hoe meer de tijd daar heeft stil gestaan in de ontwikkeling van de accommodatie. Dat is bij DETO altijd goed voor elkaar.

Gerrald: dat ligt ook aan de mensen. Bij sommige clubs worden we met DETO2 ontvangen, soms is er niemand. Bij ons wordt de tegenstanders en scheidsrechters altijd ontvangen, Erwin doet dat zo goed voor en na de wedstrijd. Ze zeggen dan ook: bij DETO is het altijd prettig komen.

Jacco: als je zoveel jaren hier bent, vind je natuurlijk alles hier beter dan bij een ander.

Als je DETO in een aantal worden moet samenvatten, wat komt er dan in je op?

Tijn: ik denk dan aan thuis. (de rest van de familie stemt hiermee in)

Jacco: trots en saamhorigheid.

Gerrald: kwaliteit, qua spelers en talent, de sfeer.

Kunnen jullie een mooie herinnering delen?

Gerrit: we zijn heel lang geleden een keer kampioen geworden. Toen ging Potgieter met de trompet over het veld en wij liepen er achteraan.

Gerrald: dat ik een keer met Sepp in één team heb gevoetbald. Dat was mijn afscheidswedstrijd in DETO6. De jongens hadden geregeld dat Sepp de 2e helft mee zou doen. De JO19-1 moest ook een wedstrijd spelen en ik zag Sepp naast de kant staan. Ik begon al tegen Sanne, die stond te kijken, te mopperen op die trainer dat Sepp wissel stond, ik had niks door. Dat hij meedeed was bijzonder.

Sepp: dat was inderdaad heel mooi. Voor mij is het ook een mooie herinnering toen ik twee jaar geleden met DETO2 mee mocht doen. Ik werd die wedstrijd gewisseld voor mijn oude trainer, die mij destijds uit de selectie had gezet. Dat gaf me een goed gevoel.

Tijn: dat ik aan het begin van dit seizoen samen met Sepp in een wedstrijd van JO19-1 mocht voetballen en dat papa, opa en oom Gerrald langs de lijn stonden. Dat maakte me wel trots. Sepp: die wedstrijd scoorde hij ook nog!

Jacco: met de jeugd hebben we een keer in Genemuiden een toernooi gehad en daarna was er een nacompetitie wedstrijd in Barneveld van DETO1. We waren de hele dag op pad met de bus. Het was een geweldige dag. Ook het kampioenschap met DETO3 was super, daarna zijn we met het hele team naar camping De Appelhof op Terschelling gegaan. En als jeugdleider vond ik het jeugdkamp met o.a. Freek Becker en Diny Kobes altijd fantastisch.

Het is duidelijk: de familie Eshuis deelt met elkaar mooie voetbalherinneringen. Een mooi voorbeeld van hoe een vereniging meer kan zijn dan alleen een plek om te voetballen: het kan ook een stukje familiegeschiedenis worden. Dank jullie wel dat jullie deze herinneringen met ons wilden delen!

s